Creëert AI een nieuwe digitale kloof?

De term 'digitale kloof' verwijst traditioneel naar de ongelijkheid in toegang tot en gebruik van informatie- en communicatietechnologie. Met de opkomst van AI kan deze kloof naar een nieuw niveau evolueren, die waarschijnlijk de ongelijkheid zal vergroten.


Verschil in toegang tot middelen

Studenten met voldoende budget kunnen investeren in de meest geavanceerde AI-tools, zoals gepersonaliseerde leerplatformen, geavanceerde feedbacksystemen en interactieve simulaties. De gratis versies van deze systemen zijn vaak veel minder performant en maar beperkt toegankelijk, wat een aanzienlijk nadeel is voor studenten met minder financiële middelen.


Kwaliteit van data

AI-modellen zijn zo goed als de data waarop ze getraind zijn. Als de data voornamelijk afkomstig is van bevoordeelde groepen, kunnen de AI-systemen onbedoeld vooroordelen in stand houden of versterken. Dit kan ertoe leiden dat AI-tools minder effectief of zelfs schadelijk zijn voor studenten met verschillende culturele of sociaaleconomische achtergronden.


Verschil in vaardigheden

De effectiviteit van AI-tools is sterk afhankelijk van de bekwaamheid en intentie van de gebruikers. Studenten die de juiste vragen weten te stellen of die AI de opdracht geven om hen te helpen leren, kunnen veel meer uit een AI-model halen. AI werkt als een spiegel: stel je vraag niet specifiek genoeg of met onvoldoende detail en je krijgt een oppervlakkig en algemeen antwoord. In dat geval zal AI meestal een remmende werking hebben op het leerproces.

Studenten met een brede basiskennis en een kritisch denkvermogen kunnen veel meer uit AI halen, doordat ze een AI-tool gemakkelijker kunnen sturen om andere paden te verkennen. Ze aanvaarden niet zomaar het antwoord en durven AI gemakkelijker tegen te spreken. Mijn aanpassing van de Thomas Sowell's citaat geeft dit goed weer: "It takes a great deal of knowledge to know the extent of AI's ignorance."



Lees verder: Wat heeft het onderwijs van morgen nodig?